Vergunning voor uitvoer
Dit artikel is het vijfde van een serie artikelen over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de Europese dual-use verordening. In dit artikel bespreken we het intern compliance programma.

Door Loes van Kan-Janson, senior consultant bij RSM International
Dit laatste artikel van deze serie over exportcontrole onder de nieuwe dual-use verordening beschrijft de aanpassingen op het gebied van uitvoervergunningen, oftewel autorisaties. Vergeleken met het oorspronkelijke voorstel tot herziening, zijn er veel veranderingen op het gebied van vergunningen. Diverse algemene uitvoervergunningen zijn niet in de uiteindelijk gepubliceerde verordening terechtgekomen, andere zijn aangepast.
Soorten uitvoervergunningen
Er zijn drie soorten uitvoervergunningen beschikbaar; deze worden ook wel autorisaties genoemd. Het betreft algemene, individuele en globale vergunningen. Een algemene uitvoervergunning wordt verstrekt door de EU (‘algemene uniale vergunning’) of door een individuele lidstaat. De algemene uniale vergunningen worden publiekelijk bekendgemaakt in bijlages bij de dual-use verordening 2021/821. De nationale vergunningen staan voor Nederland op www.overheid.nl. Bedrijven die zijn gevestigd in de Unie respectievelijk in een lidstaat, kunnen onder deze vergunning vastgestelde producten exporteren naar vastgestelde bestemmingen, met een standaard set gebruiksvoorwaarden en -eisen, zonder daarvoor een globale of individuele exportvergunning te hoeven aanvragen. Globale en individuele uitvoervergunningen worden op aanvraag afgegeven aan specifieke exporteurs door de nationale autoriteit
op het gebied van exportcontroles (in Nederland is dit de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer, CDIU). Waar een individuele uitvoervergunning geldig is voor één transactie, met één ontvanger voor één contract, kan een globale uitvoervergunning geldig zijn voor meerdere transacties en meerdere, niet nader gespecificeerde, ontvangers in verschillende landen. De autoriteit bekijkt voor een globale vergunning niet iedere afzonderlijke exportactiviteit, hetgeen de nodige vrijheid en flexibiliteit biedt en kostenverlagend werkt. Dit gaat gepaard met een grote verantwoordelijkheid voor de exporteur ervoor te zorgen dat alle exporttransacties aan de regels en voorwaarden voldoen. Zoals eerder aangegeven, geldt voor het verkrijgen van een globale vergunning in ieder geval de voorwaarde van implementatie van een goed Intern Compliance Programma (ICP), omdat de autoriteiten op grond daarvan erop vertrouwen dat de exporteurs die grotere verantwoordelijkheid aankunnen.
“Het exporteren van bepaalde dual-use goederen wordt straks eenvoudiger.”
Nieuwe vergunningseisen
In de nieuwe dual-use verordening worden verschillende situaties beschreven waarvoor een exportvergunning nodig is. Vergunningen kunnen nodig zijn voor uitvoer, maar ook voor tussenhandel, transit, doorvoer en technische assistentie op het gebied van dual-use goederen. Verder kan onder de nieuwe verordening in bepaalde situaties een vergunning vereist zijn, waar dat voorheen niet zo was. Zulke situaties zijn onder andere: 1. Bij tussenhandel vanuit de Unie, door buiten de Unie gevestigde personen; 2. Bij technische ondersteuning, wanneer dit valt onder nieuwe vangnetclausule (catch-all); 3. Bij activiteiten met betrekking tot cybersurveillance. Voor exporteurs is het daarom van belang alle activiteiten tegen het licht te houden en te beoordelen of er situaties zullen of kunnen ontstaan die onder een nieuwe vergunningplicht gaan vallen. Op deze manier is er nog tijd zo nodig in te grijpen en kunnen vertragingen worden voorkomen.
Algemene uniale uitvoervergunningen
In de algemene uniale vergunningen vindt een aantal aanpassingen plaats. Deze vergunningen zijn gepubliceerd in bijlage II van de dual-use verordening. Algemene uniale vergunningen EU001 tot en met EU006 blijven nagenoeg hetzelfde. Verder worden er nieuwe algemene uniale vergunningen toegevoegd, te weten: 1. EU007 – voor intra-groep export van software en technologie; 2. EU008 – voor encryptie-items. Door het verdwijnen van een aantal van de oorspronkelijk voorgestelde algemene vergunningen, valt een deel van de gehoopte extra flexibiliteit bij de export van dual-use goederen weg. Daarnaast is vooral autorisatie EU008 voorzien van talrijke beperkingen.
Het staat lidstaten echter vrij aanvullende eigen algemene vergunningen te publiceren, hetgeen voordelen kan bieden voor exporteurs die gevestigd zijn in die lidstaten. Voor Nederlandse exporteurs geldt dat het in de eerste plaats nuttig is tijdig kennis te nemen van (aanvullende) Nederlandse algemene vergunningen. Tot slot: oude vergunningen Verordening (EC) 428/2009 wordt ingetrokken en vervangen door verordening (EU) 2021/821. Bestaande vergunningen worden hierdoor echter niet ongeldig. In principe blijven de oude bepalingen genoemd in die vergunningen van kracht. Verwijzingen naar artikelnummers die in de oude vergunning stonden, gelden vanaf 9 september 2021 als verwijzingen naar de nieuwe verordening. In bijlage 6 van de nieuwe verordening is hiertoe een correlatietabel opgenomen.