Interview met keynote Evert Verhulp

"Werkgevers wees creatief"

Nederland telt meer vacatures dan werklozen. Werkgevers moeten dan ook alles op alles zetten om personeel te werven en te behouden. Volgens hoogleraar Evert Verhulp moeten werkgevers creatief zijn bij het werven en vasthouden van medewerkers.
Door die arbeidsmarktkrapte worden werkgevers gedwongen om te innoveren om toch te kunnen blijven groeien en dat is volgens de hoogleraar een goede ontwikkeling.

Op vracht- en bestelauto’s, gevels, het internet en in de krant, overal staan oproepen van bedrijven die wanhopig op zoek zijn naar goede logistiek medewerkers en vrachtautochauffeurs. Het tekort bij productie- en handelsbedrijven is goed merkbaar, blijkt uit onderzoek dat evofenedex en ABN AMRO samen hebben gehouden onder bijna 250 bedrijven.

Vacatures

Per duizend banen staan er zestig vacatures open en dat is meer dan bijvoorbeeld de bouw (52 op de 1000) en de horeca (45 op de 1000 banen). De florerende economie zorgt ervoor dat werknemers kunnen kiezen waar ze aan de slag gaan.


Hoop dat het tekort aan werknemers snel terugloopt is er niet, aldus hoogleraar Arbeidsrecht Evert Verhulp, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. “We hebben in Nederland een beroepsbevolking van achthonderdduizend mensen die om verschillende redenen aan de kant staat. Daartegenover staan negenhonderdduizend vacatures.


Kortom, er zijn meer banen dan mensen beschikbaar.” Die groep mensen die nog aan de kant staat, beschikt over onvoldoende of verkeerde opleidingen om bijvoorbeeld in de logistiek aan de slag te gaan.

“Als mensen het ergens naar hun zin hebben, zijn ze veel minder geneigd om te switchen van baan.”

Imago

Daarbovenop komt ook nog eens het imago van bijvoorbeeld vrachtautochauffeur, aldus Verhulp. “In het personenvervoer zie je al initiatieven als Uber en die dringen nu ook langzaam door tot het goederenvervoer. Waarom zou je nu investeren in een loopbaan als vrachtautochauffeur als binnenkort Google gaat rondrijden met autonome vrachtauto’s? Natuurlijk, zover is het nog niet. Er zijn veel verwachtingen en onzekerheden. Dat maakt het lastig en spannend tegelijk.”


Tekorten aan medewerkers kunnen soms deels worden opgevangen door processen te automatiseren en te robotiseren. Toch durven bedrijven niet altijd die stap te zetten, omdat het vaak gepaard gaat met forse investeringen die moeten worden opgehoest. Bovendien moet het bedrijf wel klaar zijn om die omslag te maken.


Verhulp: “In de onderneming moeten de processen wel goed zijn ingericht en moeten de laatste ontwikkelen op het gebied van robotisering en automatisering bekend zijn. Durf daarna die stap te nemen. Wachten is over het algemeen geen goede modus, is een levenshouding van mij. Mensen die bijdragen aan innovatie, die blijven.”

Goed op weg

Als het gaat om innoveren vindt Verhulp, die ook lid is van de Sociaal Economische Raad, dat Nederland best goed op weg is. “Het Nederlandse bedrijfsleven innoveert behoorlijk. Als land doen we het redelijk goed. De werkgelegenheid blijft groeien en steeds meer mensen kunnen aan het werk. Ondertussen blijft de economie groeien. We mogen best tevreden zijn, maar rustig achteroverleunen is niet verstandig.” Volgens hem zijn er namelijk wel wat zorgen. “De groei komt onder druk te staan als vacatures te lang niet worden ingevuld. Daarnaast roepen deskundigen al een tijdje dat er opnieuw een crisis aan komt.”


Innoveren om te kunnen blijven groeien is dan ook ontzettend belangrijk, stelt Verhulp. Een deel van de bedrijven doet dat, maar uit onderzoek blijkt ook dat ongeveer de helft nog geen plannen heeft om werk te automatiseren, digitaliseren of te robotiseren. Verhulp denkt dat bedrijven wel moeten als de arbeidsmarktkrapte blijft aanhouden. “Door een tekort aan personeel moet er wel geïnnoveerd worden door bedrijven door bijvoorbeeld te robotiseren en automatiseren. Het is geen gekke strategie om daar nu over na te denken.”

Nauwelijks budget

Uit het onderzoek van evofenedex en ABN AMRO komt ook naar voren dat bedrijven niet of nauwelijks budget vrijmaken om personeel op te leiden. Zij wijzen daarbij onder meer naar de overheid. “Ik zie het als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid”, schetst Verhulp.


“Maar mijn ervaring is dat werkgevers die wel investeren in hun personeel op termijn sneller groeien dan bedrijven die dat niet doen. Het is een lekkere snelle winst door het geld niet te investeren in opleidingen maar in iets anders. Maar in dit geval geldt: de kost gaat voor de baat uit. Je moet eerst investeren voordat eraan verdiend kan worden.”


Werkgevers moeten volgens Verhulp vooral creatief zijn en, zoals al eerder gezegd, investeren om ervoor te zorgen dat er geen personeelstekorten ontstaan. “Kijk eens naar de migranten die nu aan de kant staan; wellicht hebben zij eerder werk gedaan dat hier ook gedaan kan worden. De taal is een probleem, maar die is te leren. De overheid heeft ook geld beschikbaar om werkgevers te helpen om zo iemand in dienst te nemen.”


“Als mensen het ergens naar hun zin hebben, zijn ze veel minder geneigd om te switchen van baan.”

Vak apart

Goed personeelsbeleid is een vak apart, stelt Verhulp. “Het is zaak personeel betrokken te houden, te blijven motiveren en te stimuleren waardoor de productie constant omhoog gaat. Dat is voor een deel de oplossing om personeel te behouden. Als mensen het ergens naar hun zin hebben, zijn ze veel minder geneigd om te switchen van baan. Zelfs niet als een concurrent een hoger salaris biedt. Als werkgever kun je bijvoorbeeld denken aan flexibele werktijden, en oplossingen op maat bedenken voor bijvoorbeeld werknemers met kinderen, en regelingen personaliseren. De een wil liever een bonus, terwijl de ander gelukkig wordt van meer vakantie dagen. Als je dat soort zaken op orde hebt, levert dat heel veel op. Voor werving van personeel is het nog niet echt een instrument, maar voor het behoud van personeel zeker wel.”


Ook onder zijn eigen studenten ziet hij steeds meer een trend dat zij bewust kiezen voor een werkgever die oog heeft voor de balans tussen werk en privé, zegt hij. “Ik heb briljante studenten die zo aan de slag kunnen op de Zuidas en daar flink zouden kunnen verdienen. Daartegenover staan dan wel krankzinnige arbeidstijden en nauwelijks aandacht voor het privéleven. Steeds meer studenten vragen zich af of ze dat voor die paar duizend extra euro’s wel willen, want elders werken levert nog steeds een prima salaris op.


Kortom, je opstellen als een fatsoenlijke werkgever met oog voor privé wordt een belangrijker factor dan die paar euro extra salaris. Bovendien kun je je daarmee echt onderscheiden.”

Vond je dit een leuk artikel?

Deel het met je collega's!