Vergunning voor uitvoer

In een nieuwe serie bespreekt Loes Janson de moderniseringsplannen van de Europese Commissie voor de dual-use-verordening. In het vijfde artikel bespreken we het intern compliance programma.

Door Loes Janson consultant Trade Compliance & FEC bij Philip Sidney.

In eerdere artikelen beschreef ik de veranderingen die worden verwacht bij het ingaan vande herziene dual-use-verordening. Deze veranderingen vinden voornamelijk plaats op hetgebied van technologie, cybersurveillance, het interne compliance programma (ICP) en devangnetclausule. In dit laatste artikel van deze serie over exportcontrole beschrijf ik de aanpassingen op het gebied van uitvoervergunningen.

In het voorstel tot herziening van de dual-use-verordening komt duidelijk naar voren dat de vangnetclausule (catch-all) binnen het

exportproces, met name op het gebied van mensenrechten, het internationaal humanitair recht en cybersurveillance, een grote rol speelt.


Een van de gevolgen hiervan is dat rapportage een behoorlijk zware verplichting wordt voor alle exporteurs die gebruik maken van de algemene uitvoervergunningen van de Europese Unie. Daar staat tegenover dat het exporteren van bepaalde dual-use goederen eenvoudiger wordt, iets waar naar verwachting vooral het exporterende mkb van zal profiteren.


Soorten uitvoervergunningen

Er zijn drie soorten uitvoervergunningen beschikbaar, namelijk algemene, individuele en globale vergunningen. Een algemene uitvoervergunning wordt beschikbaar gesteld door de Europese Unie (‘algemene uniale vergunning’) of door een individuele lidstaat. Deze vergunning geldt voor door de regelgeving

vastgestelde producten en bestemmingen, met een standaardset gebruiksvoorwaarden en -eisen. Exporteurs dienen alvorens gebruik te maken van een algemene vergunning, toegelaten te worden als geregistreerde exporteur voor die vergunning.


Globale en individuele uitvoervergunningen worden op aanvraag afgegeven aan specifieke exporteurs door de nationale autoriteit op het gebied van exportcontroles. Waar een individuele

uitvoervergunning geldig is voor één transactie, met één ontvanger voor één contract, kan een globale uitvoervergunning geldig

zijn voor meerdere transacties en meerdere, niet nader gespecificeerde, ontvangers in verschillende landen.


De autoriteit bekijkt voor een globale vergunning niet iedere afzonderlijke exportactiviteit en biedt daarom de nodige vrijheid en flexibiliteit. Dit gaat gepaard met een grote verantwoordelijk-heid voor de exporteur om er voor te zorgen dat alle exporttrans-acties aan de regels en vergunningvoorwaarden voldoen.

“ Het exporteren van bepaalde dual-use goederen wordt
straks eenvoudiger.”

Nieuwe vergunningseisen

Met het voorstel tot herziening van de dual-use-verordening zullen er meer situaties worden beschreven waarvoor een vergunning nodig is. Vergunningen kunnen nodig zijn voor uitvoer, maar ook voor tussenhandel, transit, doorvoer en technische assistentie op het gebied van dual-use-goederen. Een nieuwe expliciet beschreven eis voor het verkrijgen van

globale uitvoervergunningen zal het implementeren van een Intern Compliance Programma (ICP) zijn.


Onder de nieuwe verordening kan in bepaalde situaties een vergunning vereist zijn waar dat voorheen niet zo was. Zulke situaties zijn onder andere:


• Bij tussenhandel via dochtermaatschappijen in het buitenland;

• Bij technische ondersteuning, wanneer dit valt onder nieuwe catch-all;

• Bij activiteiten met betrekking tot cybersurveillance producten op een nieuw toe te voegen deel B van bijlage I, de ‘dual-use-lijst’;

• Wanneer de transactie binnen het bredere afwegingskader valt met betrekking tot mensenrechten (International Humanitair Recht, IHR), de veiligheidssituatie in het land van bestemming en behoud van regionale vrede, veiligheid en stabiliteit.

Voor exporteurs is het daarom van belang om alle activiteiten tegen het licht te houden en te beoordelen of er situaties zullen ontstaan die onder een nieuwe vergunningplicht gaan vallen. Zo is er nog tijd om in te grijpen en kunnen vertragingen worden voorkomen.


Algemene uniale uitvoervergunningen

In de algemene uniale vergunningen vinden veel aanpassingen plaats. Er komen nieuwe eisen maar ook nieuwe mogelijkheden. Deze vergunningen zullen worden gepubliceerd in bijlage II van de dual-use-verordening.


Alle reeds bestaande uniale vergunningen zullen niet geldig zijn voor de toe te voegen groep cybersurveillance-apparatuur, zoals die zal worden beschreven op de ‘dual-use-lijst’ in bijlage I, deel B. Verder wordt voor alle uniale vergunningen een jaarlijkse rapportageplicht ingesteld, wat betekent dat de exporteur goed zal moeten bijhouden welke transacties zijn verricht met behulp van welke uniale vergunning.


Tot slot wordt Kroatië, dat in 2013 toetrad als lid van de Europese Unie, verwijderd uit de lijst van landen die worden gezien als exportland en wordt IJsland verplaatst naar

vergunning EU001, wat de export van veel dual-use-

goederen naar dit land aanzienlijk vergemakkelijkt (onder EU001 is alleen bij de eerste levering is nog melding noodzakelijk). Ook worden er nieuwe algemene uniale vergunningen toegevoegd, te weten:


EU007 – voor zendingen met een waarde onder de €5.000,- voor bepaalde producten;

EU008 – voor bedrijfsinterne overdracht van programmatuur en technologie;

EU009 – voor bepaalde ‘versleutelingsproducten’ in categorie 5 van de dual-use-lijst;

EU010 – voor bepaalde frequentie-omzetters en gerelateerde software en technologie.


Deze nieuwe vergunningen zullen de flexibiliteit bij de export van dual-use-goederen, zeker voor het mkb, aanzienlijk verhogen. Tegenover deze flexibiliteit staat dan wel de administratieve last van de jaarlijkse rapportageplicht.


Voor exporteurs is het daarom verstandig om zulke verplichtingen op te nemen in de processen binnen de organisatie, bijvoorbeeld door middel van het ICP, en daarmee een sterke grip op export- en sanctiecontrole te houden.

Wil je dit artikel delen?