Naar een nieuwe
dual-use-verordening

In een nieuwe serie bespreekt Loes Janson de moderniseringsplannen van de Europese Commissie voor de dual-use-verordening. In het eerste artikel bespreken we de herziening van de Europese dual-use-verorderning.

Door Loes Janson consultant Trade Compliance & FEC bij Philip Sidney.

Op 28 september 2016 diende de Europese Commissie een voorstel in voor het moderniseren van het huidige exportcontrolesysteem. Een van de onderdelen is de op handen zijnde herziening van de Europese dual-use-verordening. Deze maakt het werk van exporteurs er niet eenvoudiger op en kan van grote invloed zijn op de eisen die aan Nederlandse exporteurs worden gesteld.

Dit artikel is het begin van een serie artikelen over de ingrijpende veranderingen die plaats zullen vinden in de Europese dual-use-verordening. Dual-use-goederen zijn goederen die normaal gebruikt worden voor civiele doeleinden, maar ook militaire toepassingen kunnen hebben of bijdragen aan de productie of verspreiding van massavernietigingswapens.

Het proces om de verordening te vernieuwen is reeds in 2011 in gang gezet. Uit alle EU-lidstaten zijn bijdrages en inzichten van zowel overheden als industrie verzameld. Op basis hiervan is een nauwkeurige afweging gemaakt.

De herziening zal naar verwachting volgend jaar doorgang vinden, daarom is het tijd voor exporteurs in alle lidstaten om de gevolgen voor hun buitenlandse handel onder de loep te nemen. In dit artikel beschrijf ik allereerst het proces en de achterliggende gedachte voor de herziening.


De dual-use-verordening

Exportcontroles in Europa dateren van de jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waar zeventien lidstaten, waar-onder Nederland, West-Duitsland en de Verenigde Staten het Coordinating Committee for Multilateral Export Controls ('CO-COM') oprichtten.


Al sinds 2009 is de dual-use-verordening (EC) 428/2009 van toepassing. Deze stelt een communautaire regeling in voor alle lidstaten betreft controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei

gebruik, met het doel te voorkomen dat goederen, software en (kennis van) technologie ongewenst worden ingezet voor mili-tair eindgebruik of bijdragen aan de proliferatie van (kern-, che-mische- of biologische) wapens.


De verordening implementeert daarom internationale overeen-komsten zoals de Chemical Weapons Convention, de Nuclear Non-Proliferation Treaty, de Nuclear Suppliers Group, Australia Group en Missile Technology Control Regime. Bovenal zijn de goederenlijsten zoals opgenomen in de verordening gebaseerd op het Wassenaar Arrangement: een multilateraal exportcon-troleregime waarin 42 landen samenwerken om te bepalen op welke goederen, software en technologie toezicht dient te zijn bij grensoverschrijding en hoe dat toezicht eruit dient te zien.


Het voorstel ter herziening

Het proces van herziening van de huidige dual-use-verorde-ning heeft jaren geduurd, mede vanwege alle inspraakmomen-ten die de industrie zijn geboden. Met het publiceren van de Green Paper in 2011 bracht de Europese Commissie een dis-cussie op gang onder politieke partijen, beroepsorganisaties en bedrijven. Deze richtte zich op het hernieuwen van de ex-portcontroles op basis van de hoogte van het risico bij export. Op basis van de reacties op de paper en een publieke online raadpleging in 2015 stelde de Commissie een impactassess-ment op, die heeft geleid tot een voorstel tot het hernieuwen van de huidige dual-use-verordening.

Onschuldig of niet? Met de vernevelingsinstallatie onder dit sproeivliegtuig kunnen mogelijk ook strijdgassen worden verspreid.

In januari van dit jaar heeft het Europees Parlement met een overweldigende meer-derheid gestemd ten gunste van dit voorstel. Op dit moment wordt daarom gewerkt aan het wetgevingsvoorstel. De moder-nisering bestaat in essentie uit een verbeterde efficiëntie en ef-fectiviteit van de huidige exportcontroleregelgeving, alsmede uit de introductie van het concept ‘menselijke veiligheid’. Hier-door ontstaan meer mogelijkheden om in te spelen op de vei-ligheidsdreiging van opkomende (cyber-surveillance-) technie-ken. Het is daarom de verwachting dat ook de lijst met goederen en technologie die onderhevig zijn aan maatregelen, zal worden aangepast.


Aansluiting regelgeving V.S.

Exporteurs die op dit moment al goederen of technologie met de Amerikaanse oorsprong verhandelen of verwerken in hun producten, zijn zich reeds bewust van de vergunningseisen voor buitenlandse exporteurs onder de Amerikaanse Export Administration Regulations (EAR). In sommige gevallen wijkt deze U.S. EAR af van de Europese dual-use-exportcontroles. Op dit moment wordt bij de Commissie ook gekeken naar een betere aansluiting bij dit Amerikaanse regime.

In 2013 heeft in de Verenigde Staten. de zogenaamde Export Control Reform plaatsgevonden, waarbij een aantal minder ge-voelige goederen niet langer onder de militaire exportcontroles (‘ITAR’), maar onder de EAR-controles vielen. De bedoeling was om hiermee uitvoer en wederuitvoer van deze artikelen te vergemakkelijken, waarbij het ook in zekere zin voor de buiten-landse industrie aantrekkelijker werd om deze onderdelen in de Verenigde Staten te kopen. Een soortgelijke hervorming zal wellicht in de komende jaren op de Europese agenda komen, maar is op dit moment nog geen onderdeel van de huidige herziening.


Gevolgen voor exporteurs

Er is een aantal onderwerpen, waarin voornamelijk ingrijpende veranderingen zullen plaatsvinden:


  • Technische ondersteuning
  • Cybersurveillancesoftware en -technologie
  • De ‘catch-all’ vangnetclausule
  • Humanitair recht

Hoewel de controles op de export van sommige goederen en technologie (waaronder kennisoverdracht) strenger zal worden, beoogt de voorgenomen herziening harmonisatie tussen de verschillende lidstaten te brengen, alsmede meer duidelijkheid en vereenvoudiging met betrekking tot de vergunningverlening. Voor exporteurs is het daarom van belang om hun interne com-plianceprogramma onder de loep te nemen, zeker op het gebied van menselijke veiligheid en het humanitair recht. Hierin moet de balans gevonden worden tussen het noodzakelijke en het werkbare, maar daarover in een later artikel meer.