Inspecteurs van de DCMR

Milieudienst Rijnmond

op pad in Europoort. Ze

voeren een controle uit bij

Broekman Logistics.

DCMR MILIEUDIENST RIJNMOND ZET STERK IN OP NALEEFGEDRAG

“NIET ALLEEN STRAFFEN, MAAR OOK VOORLICHTEN

De regio Rijnmond telt veel bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Van de ruim vierhonderd bedrijven die onder de werking van het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 2015 (BRZO 2015) vallen, liggen er 125 in de omgeving van Rotterdam. Kees Koudenburg, senior inspecteur BRZO bij DCMR Milieudienst Rijnmond, is belast met de handhaving.


De DCMR milieudienst Rijnmond is de gezamenlijke milieudienst van de provincie Zuid-Holland en vijftien gemeenten in de regio Rijnmond. “De DCMR heeft twee kerntaken: het inspecteren van bedrijven en het verlenen van vergunningen. Maar het uitvoeren van controles is niet ons hoofddoel”, aldus Koudenburg. “We streven er eigenlijk naar dat bedrijven goed naleefgedrag vertonen. Dat promoot je niet alleen met het uitvoeren van controles en straffen bij overtredingen, maar ook

Kees Koudenburg, senior inspecteur BRZO bij DCMR Milieudienst Rijnmond.

“We spreken bedrijven aan op hun eigen verantwoordelijkheid.”

Opslag van gevaarlijke stoffen is aan strikte regels gebonden.

Bij een incident in de regio Rijnmond moeten bedrijven

bellen met een speciaal CIN-nummer.

door bijvoorbeeld voorlichting te geven, met brancheorganisaties te praten en te kijken waar nou de pijnpunten zitten en het doen van een doelgroepenanalyse.”


Risicocontouren

Als het gaat om bedrijven in de regio Rijnmond die meer dan tien ton aan gevaarlijke stoffen opslaan, wordt er door de DCMR onderscheid gemaakt in twee groepen. Koudenburg: “Je hebt containerterminals waar op grote terreinen veel containers meestal korter dan veertien dagen staan en je hebt de grote warenhuizen met gevaarlijke stoffen. Op de website risicokaart.nl kan iedereen zien hoe groot het risicogebied rondom een bedrijf is. De zogenoemde risicocontouren zijn gebaseerd op scenario’s waarbij bij brand giftige stoffen vrijkomen. Bij bedrijven is een risico op brand groter dan bijvoorbeeld bij grote tankterminals. Op- en overslagbedrijven liggen ook nog eens dichterbij woningen dan die havenbedrijven met hun grote opslagtanks.”


112-plus

Als enige veiligheidsregio in Nederland beschikt Rotterdam-Rijnmond over een speciaal nummer voor incidenten met gevaarlijke stoffen, het Centraal Incidenten Nummer (CIN).


Met een CIN-melding worden politie, brandweer, Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en DCMR met één telefoongesprek tegelijkertijd geïnformeerd. “Dit CIN-nummer lijkt een 112-plus, waar een melder in een soort groepsgesprek in een keer alle hulpdiensten aan de telefoon krijgt. Zo kunnen hulpdiensten sneller en gerichter worden ingezet. Daarbij zit ook een milieudeskundige van ons. Zij gaan tijdens zo’n incident naar die bedrijven toe om te kijken wat de mogelijke milieugevolgen zijn. Wij gaan niet bestrijden, maar kijken en monitoren wat het bedrijf doet om de milieugevolgen zoveel mogelijk teniet te doen.” De CIN-meldingen en de verplichting voor bedrijven om daar naar toe te bellen heeft een reden, zegt Koudenburg. “We willen daarmee voorkomen dat onder die zichtbare ijsberg van grote incidenten er nog heel veel onzichtbare bijna-incidenten zijn, waardoor we dus allang hadden kunnen zien dat dat topje eraan zat te komen. We verlangen met name van die 125 BRZObedrijven dat ze die incidenten zelf goed analyseren. Daar letten wij ook op tijdens die BRZO-inspecties.”


Stok en peen

Hij benadrukt dat de DCMR geen keurmerken en certificeringen uitdeelt. “Wel publiceren we de samenvattingen van de BRZO-inspecties openbaar online. Het is een flinke opsteker voor een bedrijf als je daar dan leest dat er geen overtredingen zijn geconstateerd.” Maar als het nodig is wordt er door de DCMR fors gehandhaafd, tot en met het sluiten van een bedrijf aan toe. Koudenburg: “Als je kijkt naar manieren om de naleving te verbeteren, dan heb je ‘de stok, de peen en de preek’. De stok is wat we nu vooral doen: een boze handhavingsbrief, een proces verbaal, een dwangsom of zelfs sluiting. Daarnaast heb je ook nog de peen. Dat kan bijvoorbeeld een positief nieuwsbericht of een subsidie zijn.”


Zelf doen

De preek is het middel dat Koudenburg en zijn collega’s steeds vaker gebruiken. “We spreken bedrijven aan op hun eigen verantwoordelijkheid, geven voorlichting en spelen in op de gezamenlijkheid. Er is geen enkel bedrijf dat zegt ‘laat mij maar afbranden’.


“Geen enkel bedrijf zegt: laat mij maar afbranden


Ik ben ervan overtuigd dat ieder bedrijf dat een gezonde bedrijfsvoering heeft zal zeggen ‘We doen het veilig of we doen het niet’. Aan het eind van de dag komt het eropaan: staan die gevaarlijke stoffen op een verantwoorde manier opgeslagen? Wij zien daarop toe, maar uiteindelijk moet het bedrijf het allemaal zelf doen.”



CIN-MELDINGEN

Alle meldingen die worden gedaan op het speciale Centraal Incidenten Nummer (CIN) zijn openbaar en te lezen op rijnmondveilig.nl/cin-meldingen. Op 25 mei, de Dag van de Gevaarlijke Stoffen, geeft Koudenburg meer uitleg over de DCMR en CIN. Meer informatie op www.dagvandegevaarlijkestoffen.nl.