Gezond naar je werk,
gezond weer naar huis

Marc Kuipers, inspecteur-generaal van de Inspectie SZW, spreekt op de Dag van het Magazijn over gezond en eerlijk werken. Over bedrijfsongevallen, gevaarlijke stoffen en beroepsziekten. “Het moet normaal zijn dat je ’s morgens gezond je huis verlaat om te gaan werken en dat je ’s avonds weer net zo gezond thuiskomt.”

Marc Kuipers: “Omgang met gevaarlijke stoffen vraagt een veel grotere verantwoordelijkheid van de werkgever.”

De inspectie maakt zich zorgen. Echt grote zor-gen, zegt Marc Kuipers, inspecteur-generaal van de Inspectie SZW, de inspectiedienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. “Als de economie groeit, is het begrijpelijk dat het aantal ongelukken stijgt. Maar nu groeit het aantal ongelukken sterker dan de economie. Dan is er meer aan de hand.” Kuipers zit aan de ovale vergadertafel in zijn Haagse kantoor, flesje water bij de hand. Aanleiding voor het gesprek is de Dag van het Magazijn op donderdag 15 november in Zoetermeer, waar de inspecteur-generaal een inleiding verzorgt.


Vol ontzag spreekt Kuipers over de huidige stand van de economie. Hij ziet het ‘echt heel hard groeien’. Elke week gaat hij met een van de inspecteurs mee op pad en dus ziet hij ‘heel werkend Nederland’. Hij ziet veel nieuwe distributiecentra, magazijnen en opslagplaatsen. Kuipers weet waarover hij praat.


Komt die toename van het aantal en bedrijfsongevallen door die economische groei? “Nou, nee”, zegt hij. “Als het slecht gaat, zeggen ondernemers dat er geen geld is voor veiligheid. En als de economie groeit, hebben ze er geen mensen of tijd voor. We komen alle smoezen tegen.”


Drie golven

De controle op veilig werken door de inspec-tie is in drie golven gegaan, legt Kuipers uit. De eerste golf was het toezicht op de veiligheid van machines. De tweede golf ging om procesveiligheid: is er een plan van aanpak, zijn de risico’s onder controle. En dan de derde golf: de mens.

“Hoe gaan de mensen met elkaar en met de machines om? Hoe is de bedrijfscultuur? Geven de managers het goede voorbeeld? Wordt de werkvloer betrokken bij besluiten over veiligheid of gebeurt dat in de directiekamer?” legt Kuipers uit. De rode draad wordt volgens hem gevormd door compliance en participatie. Het eerste wil zeggen: is een bedrijf in staat om niet alleen de regels na te leven, maar ook de bedoeling van die regels toe te passen? “Als bedrijven steeds een olifantenpaadje vinden, werkt het niet”. En participatie betekent betrokkenheid van werknemers bij het bedrijfsbeleid. “Een collega die niet ingrijpt, en niets durft te zeggen als iemand de snelste weg door het magazijn kiest; ik durf te stellen dat er dan ook een manager is die zelf de weg afsnijdt.”


Kuipers ziet op zijn rondgang door werkend Nederland ‘heel goede maar ook heel slechte voorbeelden’. Hij wil geen man en paard noemen, maar geeft wel een voorbeeld. “In een heel groot bedrijf is er een afdeling die werkt met gevaarlijke stoffen. Daar is alles in orde. Kleding, maskers, douches, kleedruimten. En twee afdelingen verderop in het bedrijf zie je dan mensen in hun eigen kloffie werken. Ze blazen elkaar met perslucht schoon voordat ze gaan lunchen”, zegt hij hoofdschuddend.


Aanrijdingen

Op de werkvloer ontstaan ongevallen niet aleen door vallen van hoogten of het raken van bewegende machineonderdelen, het zijn ook nog steeds de aanrijdingen met heftrucks. “Dat gebeurt echt te veel. Daar worden wij onrustig van”.

“Als bedrijven steeds een olifantenpaadje vinden, werkt het niet”

Nog erger vindt Kuipers de duizenden doden die het gevolg zijn van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. “Dat noemen we dan beroepsziekten. Sluipmoordenaars zijn het.”


De boodschap van Kuipers: “Omgang met gevaarlijke stoffen vraagt een veel grotere verantwoordelijkheid van de werkgever. We gaan er als inspectie harder op inzetten. Bedrijven moeten inventariseren welke stoffen er zijn en deze beoordelen. Er moeten maatregelen worden genomen om de werknemers te beschermen en de procedure moet worden ge-borgd. Dat wil zeggen dat bedrijven moeten blijven zoeken naar minder gevaarlijke stoffen als alternatief en naar betere bescherming voor werknemers.”


Bij de inspecties van de dienst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat ‘nog geen dertig procent van de bedrijven’ de za-ken op orde heeft. Er ontbreekt nog te veel, vindt Kuipers. “Als je mensen vraagt met deze stoffen om te gaan, moet het op orde zijn. Dat klinkt net zo streng als ik het bedoel. Het moet niet van de handhaver uitgaan, maar van het bedrijf. Waarom dat niet genoeg gebeurt? Optimalisatie van het bedrijfsproces? Economische druk?

Cynisme, omdat de mensen toch al weg zijn voor ze ziek worden? Bedrijfsleider: Kijk naar jezelf in de spiegel.”